Uitspraak
200903891/1/H1), is in een procedure als de onderhavige geen plaats voor een indringende toetsing van de juistheid van een regeling in het bestemmingsplan. De mogelijkheid om in het kader van een besluit tot handhaving van het bestemmingsplan de gelding van de toepasselijke regeling aan de orde te stellen, strekt niet zover dat het desbetreffende onderdeel van het bestemmingsplan aldus opnieuw kan worden onderworpen aan de toetsingsmaatstaf die destijds bij goedkeuring van plannen werd gehanteerd. Niet valt in te zien dat het planvoorschrift evident in strijd is met enige wettelijke bepaling die ten tijde van de totstandkoming van het bestemmingsplan van toepassing was. De enkele omstandigheid dat artikel 46.2.2 in het bestemmingsplan is opgenomen, voordat de Afdeling bij uitspraak van 15 april 1996, in zaak nr. R03.91.4039 (BR 1996/569) een dergelijke uitsluitingsclausule expliciet heeft aanvaard, is daarvoor niet voldoende. Het betoog faalt dan ook.