Uitspraak
201103064/1/V2) is artikel 3 van Pro het IVRK een ieder verbindend in zoverre het ertoe strekt dat bij alle maatregelen betreffende een kind de belangen van het desbetreffende kind dienen te worden betrokken. Op grond hiervan dienen bestuursorganen de belangen van het kind bij hun oordeelsvorming te betrekken en zich voldoende rekenschap te geven van die belangen. Aangezien het LBIO in het besluit van 18 mei 2010 de belangen van de kinderen van [wederpartij] niet in zijn oordeelsvorming heeft betrokken, maar slechts heeft volstaan met verwijzing naar het limitatieve karakter van de in artikel 71 van Pro de Wjz opgesomde uitzonderingsgevallen en het gegeven dat de wet niet voorziet in een hardheidsclausule, heeft de rechtbank dat besluit terecht vernietigd.