ECLI:NL:RVS:2012:BX4649

Raad van State

Datum uitspraak
15 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201201861/1/A1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:18 AwbArt. 6:19 AwbArt. 6:24 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vernietiging besluit dwangsom bouw en instandhouding bijenhut en overige bouwwerken

Het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas legde [appellant] een last onder dwangsom op om diverse bouwwerken, waaronder een bijenhut en een opslagruimte met asbesthoudende golfplaten, op percelen in de Heldense Bossen te verwijderen. Na bezwaar en meerdere besluiten werd de last deels gewijzigd en de begunstigingstermijn verlengd.

De rechtbank Roermond verklaarde de beroepen van wederpartijen gegrond, vernietigde de besluiten van het college en schorste de last onder dwangsom voor de bijenhut. Hiertegen stelde [appellant] hoger beroep in bij de Raad van State.

De Raad van State oordeelde dat [appellant] niet op begrijpelijke wijze had aangetoond dat de overwegingen van de rechtbank onjuist of onvolledig waren. Ook werden de beroepen tegen het besluit van 17 april 2012, waarin het college het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaarde en het besluit herzag, ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de beroepen verworpen.

Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De zaak betreft de handhaving van bouwactiviteiten en het opleggen van dwangsommen in het kader van bestuursrechtelijke handhaving.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

201201861/1/A1.
Datum uitspraak: 15 augustus 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Helden, gemeente Peel en Maas,
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 19 januari 2012 in zaken nrs. 11/996, 11/1391 en 11/1392 in het geding tussen:
[appellant] en [wederpartij A]
[wederpartij B]
[wederpartij C] en [wederpartij D] (hierna tezamen en in enkelvoud: [wederpartij E])
en
het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas.
1. Procesverloop
Bij besluit verzonden op 17 januari 2011 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast het bouwen en het instandhouden van een bijenhut, een betonbak met water, een betonnen overloop/gootsteen, een opslagruimte met dierenverblijf, een huisvesting voor cavia's en konijnen op een betonnen bodemplaat en een houtopslag met asbesthoudende golfplaten op de percelen sectie C, nrs. 2040 en 5425, gelegen in de Heldense Bossen, voor 17 maart 2011 te beëindigen en beëindigd te houden.
Op 28 maart 2011 heeft het college besloten de begunstigingstermijn te verlengen tot zes weken na het besluit op bezwaar.
Bij besluit verzonden op 8 juli, aangevuld bij besluit verzonden op 19 juli 2011, heeft het college het door [appellant] en [wederpartij A] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard en het besluit verzonden op 17 januari 2011 gewijzigd vastgesteld.
Bij besluit van 6 september 2011 heeft het college de besluiten verzonden op 8 juli en 19 juli 2011, gewijzigd door het besluit verzonden op 17 januari 2011 gedeeltelijk te herroepen en de bijenhut uit de last te verwijderen.
Op 8 september 2011 heeft het college besloten de begunstigingstermijn te verlengen tot 1 december 2011 en op 2 december 2011 heeft het college de begunstigingstermijn verlengd tot vier weken nadat de rechtbank uitspraak heeft gedaan.
Bij uitspraak van 19 januari 2012, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank de door [wederpartij B] en [wederpartij E] tegen het besluit van 6 september 2011 ingestelde beroepen gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het door [appellant] en [wederpartij A] tegen de besluiten verzonden op 8 juli en 19 juli 2011 ingestelde beroep gegrond verklaard, deze besluiten vernietigd, voor zover deze de in bezwaar gehandhaafde last onder dwangsom tot verwijdering van de bijenhut betreffen, bepaald dat het college met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar neemt over de bij besluit verzonden op 17 januari 2011 opgelegde last onder dwangsom tot verwijdering van de bijenhut en dat besluit geschorst, voor zover dat de last onder dwangsom tot verwijdering van de bijenhut betreft. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 februari 2012, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 25 februari 2012.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Daartoe in de gelegenheid gesteld, hebben [wederpartij E], [wederpartij B], [belanghebbende A] en [belanghebbende B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [belanghebbende]) een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[wederpartij E] heeft nadere stukken ingediend.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
Bij besluit van 17 april 2012 heeft het college het door [appellant] tegen het besluit verzonden op 17 januari 2011 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, dat besluit herroepen, voor zover het betrekking heeft op de legalisatiemogelijkheid van de bijenhut en het dwangsombedrag alsmede de motivering van het besluit gewijzigd en de begunstigingstermijn, voor zover die betrekking heeft op de bijenhut, verlengd tot 18 juli 2012.
Bij brief van 25 april 2012, bij de gemeente Peel en Maas ingekomen op 3 mei 2012, heeft [appellant] bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van 17 april 2012. Het college heeft dit bezwaarschrift ter behandeling als beroepschrift doorgezonden aan de Raad van State.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 augustus 2012, waar het college, vertegenwoordigd door mr. S.L.W. Teluij, werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Daar is voorts [wederpartij B] gehoord.
2. Overwegingen
2.1. In de uitspraak is de rechtbank gemotiveerd ingegaan op hetgeen [appellant] in beroep heeft aangevoerd. [appellant] heeft niet op begrijpelijke wijze uiteengezet dat en waarom de desbetreffende overwegingen onjuist, dan wel onvolledig zijn.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Bij besluit van 17 april 2012 heeft het college het door [appellant] tegen het besluit verzonden op 17 januari 2011 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, dat besluit herroepen, voor zover het betrekking heeft op de legalisatiemogelijkheid van de bijenhut en het dwangsombedrag alsmede de begunstigingstermijn, voor zover die betrekking heeft op de bijenhut, verlengd tot 18 juli 2012.
Het besluit wordt, gelet op artikel 6:24, gelezen in verbinding met de artikelen 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht geacht eveneens onderwerp te zijn van dit geding. Voor [appellant], [wederpartij A], [wederpartij B] en [wederpartij E] is van rechtswege een beroep tegen dit besluit ontstaan, nu daarbij niet aan hun bezwaren is tegemoetgekomen.
2.4. Bij brief van 21 april 2012 heeft [wederpartij E] aan de Raad van State te kennen gegeven dat hij zich kan verenigen met het besluit van het college van 17 april 2012 en hij heeft afgezien van het indienen van gronden van beroep tegen dat besluit. Met deze brief wordt het beroep van rechtswege geacht te zijn ingetrokken.
2.5. Nu [wederpartij B] schriftelijk noch mondeling gronden tegen het besluit van 17 april 2012 heeft aangevoerd, is het beroep ongegrond.
2.6. [wederpartij A] heeft geen gronden aangevoerd tegen het besluit van 17 april 2012, zodat het beroep ongegrond is.
2.7. [appellant] heeft niet op begrijpelijke wijze uiteengezet dat en waarom het besluit van het college van 17 april 2012 op onjuiste gronden is genomen. Om die reden is het beroep ongegrond.
2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. verklaart de beroepen tegen het besluit van het college van Peel en Maas van 17 april 2012 van [wederpartij B], [appellant] en [wederpartij A] ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. V. van Dorst, ambtenaar van staat.
w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Van Dorst
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2012
414-672.