Uitspraak
200101969/1), waarvoor ook steun kan worden gevonden in de Nota van Toelichting bij het Bor (Stb. 2010, 143; blz. 145).
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn verleende op 8 juli 2009 een vrijstelling en bouwvergunning voor het bouwen van een overkapping op een perceel te Hellendoorn. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de vergunningverlening. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de overkapping inmiddels vergunningvrij was volgens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor).
Appellante voerde aan dat zij wel belang had bij het beroep en dat de rechtbank ten onrechte had getoetst aan de Wabo. De Raad van State oordeelde dat toetsing aan de Wabo terecht was en dat de overkapping voldoet aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen en gebruik, waaronder de maximale oppervlakte en bestemming volgens het bestemmingsplan "Hellendoorn Dorp".
Verder stelde appellante dat de overkapping in strijd zou zijn met het bestemmingsplan en zou worden gebruikt voor opslag van een klusbedrijf, maar dit werd onvoldoende onderbouwd geacht. Ook werd geen aannemelijk bewijs geleverd van schade door het besluit. De Raad van State bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.