Uitspraak
200204363/1, voorop dat het verstrijken van de termijn van tien jaar waarbinnen een bestemmingsplan op grond van artikel 33 van Pro de WRO (thans: artikel 3.1, tweede lid, van de Wro) dient te worden herzien, in beginsel de plicht tot uitwerking van plandelen met een uit te werken bestemming onverlet laat. Uit de uitspraak van de Afdeling van 26 november 2008 in zaak nr.
200802142/1volgt dat het bestaan van door het college van gedeputeerde staten goedgekeurde uit te werken plandelen tot gevolg heeft dat de aanvaardbaarheid hiervan in het kader van een uitwerkingsplan in beginsel als een gegeven moet worden beschouwd. Desalniettemin kan voor het college aanleiding bestaan ook feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de goedkeuring van het bestemmingsplan door het college van gedeputeerde staten bij de besluitvorming te betrekken. In dat verband kan mede betekenis toekomen aan de ouderdom van het bestemmingsplan.