Uitspraak
200905160/1/H3), is in artikel 7:2, eerste lid, van de Awb geen algemene verplichting opgenomen om bezwaarden bij het nemen van een nieuw besluit op bezwaar ter voldoening aan een rechterlijke uitspraak, waarbij het eerdere besluit op bezwaar is vernietigd, opnieuw te horen, maar kan het onder omstandigheden uit een oogpunt van zorgvuldigheid nodig zijn om dat te doen. De rechtbank heeft dat laatste in dit geval terecht niet aangenomen. Zij heeft daarbij met juistheid in aanmerking genomen dat niet is gebleken van feiten en omstandigheden, in verband waarmee het in de ruimtelijke onderbouwing, onder verwijzing naar de door [appellant sub 2] bedoelde onderzoeken, ingenomen standpunt niet meer actueel kan worden geacht. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat het college zich op het standpunt heeft gesteld dat bodem- en grondwateronderzoek niet noodzakelijk is, nu op het perceel sinds 1990 geen bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden. De aangehaalde uitspraak van 12 maart 2010 leidt niet tot een ander oordeel. Volgens het verslag van de hoorzitting van 2 september 2008 hebben [appellant sub 2] en [appellant sub 1] hun bezwaren bij die gelegenheid toegelicht. Het college is in de besluiten van 16 juli 2010 niet van het eerder ingenomen standpunt dat onder verlening van vrijstelling van het bestemmingsplan bouwvergunning kan worden verleend afgeweken. Het heeft zich bij de voormelde besluiten gebaseerd op dezelfde feiten en omstandigheden als bij de besluiten van 16 december 2008. De verwijzing van [appellant sub 2] naar de uitspraak van de Afdeling van 20 juli 2005 in zaak nr.
200410140/1leidt evenmin tot een ander oordeel, nu anders dan in dat geval, hier het planologische regime niet is gewijzigd.
200505109/1terecht heeft overwogen, te beslissen over het bouwplan, zoals dat voorlag. Indien een bouwplan op zichzelf aanvaardbaar is, kunnen alternatieven slechts tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking daarvan een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. De rechtbank heeft dat terecht niet aannemelijk gemaakt geacht.
200809406/1/H1), is artikel 52a, eerste lid, van de Woningwet niet van toepassing op een aanvraag om reguliere bouwvergunning eerste fase, als hier aan de orde.