ECLI:NL:RVS:2012:BX2101
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vrijheidsontnemende maatregel voor vreemdelingen zonder geldig grensdocument
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen de uitspraak van de rechtbank die de vrijheidsontnemende maatregel tegen vreemdelingen had vernietigd en schadevergoeding had toegekend. De vreemdelingen waren de toegang tot Nederland geweigerd wegens het ontbreken van geldige grensdocumenten en visum en werden vastgehouden in het Aanmeldcentrum Schiphol.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister onvoldoende had onderbouwd waarom vrijheidsontneming noodzakelijk was en dat de Opvangrichtlijn niet van toepassing was. De Raad van State oordeelt anders: vanaf het moment dat de vreemdelingen hun asielverzoek kenbaar maakten, is de Opvangrichtlijn van toepassing. Het grensbewakingsbelang rechtvaardigt in beginsel het opleggen van vrijheidsontnemende maatregelen.
Verder concludeert de Afdeling dat de vreemdelingen de voorbereiding van hun terugkeer of verwijdering ontwijken of belemmeren, omdat zij geen authentieke grensdocumenten kunnen overleggen. De vrijheidsontnemende maatregel was daarom gerechtvaardigd. Ook het verblijf van minderjarige vreemdelingen in het AC Schiphol gedurende twaalf dagen is niet onaanvaardbaar geacht. Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel tegen de vreemdelingen is rechtmatig en de beroepen worden ongegrond verklaard.