ECLI:NL:RVS:2012:BX2089
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende motivering besluit minister bij overdracht asielzoeker aan Italië in het licht van artikel 24 Handvest
De vreemdeling diende op 28 december 2010 een asielaanvraag in Nederland in, maar uit het Eurodac-onderzoek bleek dat hij eerder een asielaanvraag in Italië had ingediend. Volgens de Verordening (EG) 343/2003 is Italië verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek. De vreemdeling stelde dat de minister het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kon toepassen omdat de Italiaanse asielprocedure niet aan het Unierecht voldoet en overdracht strijdig is met artikel 3 EVRM Pro.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde dat de beoordelingsbevoegdheid van artikel 3, tweede lid, van de Verordening deel uitmaakt van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en dat deze bevoegdheid uitvoering geeft aan het Unierecht. De zaak valt daarmee binnen de materiële werkingssfeer van het Handvest, en toetsing aan artikel 24 daarvan Pro is mogelijk. De Raad van State overwoog dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van de minderjarige vreemdeling, omdat het besluit geen op documenten toegespitste standpuntbepaling bevatte over de relevante aspecten uit het arrest M.S.S.
Ondanks deze onvoldoende motivering oordeelde de Raad van State dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat er geen bijzondere individuele omstandigheden waren die overdracht aan Italië in de weg staan. De medische klachten van de vreemdeling en de specifieke situatie van minderjarigen boden geen aanleiding voor een ander oordeel. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €437,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand met vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.