ECLI:NL:RVS:2012:BX2076
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over verblijfsrecht gezinslid Turkse werknemer met Nederlandse nationaliteit
In deze zaak stond centraal of een vreemdeling als gezinslid van een Turkse werknemer die tevens de Nederlandse nationaliteit bezit, recht heeft op verblijf op grond van artikel 7 van Pro besluit nr. 1/80. De rechtbank had geoordeeld dat het standpunt van de minister dat dit niet mogelijk is, geen stand houdt. De minister ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie betrokken, waarin werd vastgesteld dat gezinsleden van Turkse werknemers die de nationaliteit van de lidstaat van ontvangst hebben verkregen, zich nog steeds op artikel 7 kunnen Pro beroepen. De Raad van State bevestigde dat de minister bij het nemen van een nieuw besluit het persoonlijke gedrag van de vreemdeling en het actuele, reële en ernstige gevaar voor de openbare orde moet beoordelen.
Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling en werd een griffierecht geheven. De zaak benadrukt de noodzaak van zorgvuldige beoordeling van individuele omstandigheden bij verblijfsrechtelijke beslissingen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.