Uitspraak
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200701639/1) dat het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever, in de zin van de Wav, is om bij aanvang van de arbeid na te gaan of aan de voorschriften van die wet wordt voldaan. Dat [appellant] in contact is gekomen met de vreemdeling via een bemiddelingsbureau dat volgens hem een goede naam heeft en op hem overkwam als een bonafide organisatie, ontslaat hem - als werkgever van de vreemdeling in de zin van de Wav - niet van zijn eigen verantwoordelijkheid als hiervoor bedoeld. Hieruit volgt voorts dat het betoog van [appellant], dat hij niet wist dat het de vreemdeling niet was toegestaan in Nederland arbeid te verrichten, niet kan leiden tot het oordeel dat de overtreding hem niet of in mindere mate is te verwijten. Dat de vreemdeling ten tijde van de tewerkstelling reeds vijf jaar in Nederland woonde en beschikte over een BSN, betekent niet dat het haar was toegestaan om arbeid te verrichten. Dat was voor [appellant] ook kenbaar geweest indien hij voorafgaand aan de tewerkstelling van de vreemdeling haar identiteit had gecontroleerd. Uit het verblijfsdocument van de vreemdeling blijkt immers dat het haar niet is toegestaan om in Nederland arbeid te verrichten. Gelet hierop is de door [appellant] begane overtreding hem volledig te verwijten.
200704914/1) leidt de omstandigheid dat de werkgever zich voorafgaand aan de tewerkstelling van de vreemdeling ervan heeft vergewist dat deze met een eenmanszaak in het handelsregister stond ingeschreven en over een btw-nummer beschikte, niet tot matiging van de opgelegde boete. Dit geldt evenzeer voor de door [appellant] gestelde omstandigheid dat hij de Wav niet opzettelijk heeft overtreden, aangezien voor overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wav, opzet geen vereiste is.
200807994/1/V6, leidt de omstandigheid dat voor de vreemdeling geen tewerkstellingsvergunning zijn aangevraagd, reeds tot het oordeel dat [appellant] in strijd met de doelstellingen van de Wav heeft gehandeld, omdat hierdoor de daartoe bevoegde instantie - het UWV WERKbedrijf - niet heeft kunnen beoordelen of door het tewerkstellen van de vreemdeling de doelstellingen van de Wav worden geschonden.
200804654/1/V6), reden bestaat tot matiging van de opgelegde boete indien op basis van de door de beboete werkgever overgelegde financiële gegevens moet worden geoordeeld dat hij door de opgelegde boete onevenredig wordt getroffen. In de door [appellant] overgelegde financiële gegevens is geen grond gelegen voor het oordeel dat [appellant] door de opgelegde boete onevenredig wordt getroffen. Voor matiging van die boete bestaat daarom geen grond. Wat betreft het betoog van [appellant] over het voortijdig afbetalen van de boete wordt overwogen dat [appellant] zijn stelling dat hij daartoe genoodzaakt was omdat het CJIB de betalingsregeling had stopgezet, niet heeft gestaafd. Reeds daarom treft ook dat betoog geen doel.