Uitspraak
201105950/1/A1, is voor toepassing van artikel 3.22, eerste lid, van de Wro vereist dat aannemelijk is dat na het verstrijken van de gestelde termijn geen behoefte meer bestaat aan de tijdelijke voorziening.
201006630/1/R3in rechte onaantastbaar geworden. Het bestemmingsplan is bij besluit van 22 april 2010 door de raad van de gemeente Vught vastgesteld en was ten tijde van het besluit van 26 januari 2011 in werking getreden. Dat bestemmingsplan was ten tijde van belang het toetsingskader voor de eventuele aanvraag om vergunning voor de aanleg van de golfbaan en de realisering van het daarbij behorende clubhuis. Het enkele feit dat het plan nog niet in rechte onaantastbaar was, kan derhalve niet tot het oordeel leiden dat de planning onrealistisch zou zijn. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd omtrent de voorgenomen uitbreiding van het restaurant naast het perceel, is voorts evenmin van belang. Dat, als door [appellant] gesteld, Europe's Finest Holding BV thans voornemens is de eigendom van het aan te leggen golfterrein over te dragen, wat daar van zij, leidt niet tot de conclusie dat ten tijde van het besluit om ontheffing te verlenen een onjuist beeld van de planning bestond, dan wel dat de tijdelijkheid van de voorzieningen niet zou zijn gewaarborgd. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ten aanzien van de parkeervoorzieningen, heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat het college het tijdelijke karakter van het informatiecentrum en de daarvoor benodigde parkeerplaatsen niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank heeft onder deze omstandigheden terecht overwogen dat het college, nu het voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het informatiecentrum niet langer dan vier jaar op het perceel aanwezig zal zijn, bevoegd was om ontheffing te verlenen.
201108604/1/A1) dient het college te beslissen over het bouwplan zoals dat is ingediend. Indien dit bouwplan op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking leiden, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Dat is door [appellant] niet aannemelijk gemaakt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het college zich op het standpunt heeft gesteld dat de door [appellant] genoemde alternatieve locatie zou leiden tot een belemmering van de aanleg en inrichting van de golfbaan. De gekozen locatie is beter ontsloten, heeft parkeervoorzieningen en een entree. Vanuit bedrijfseconomische efficiency is het de beste locatie, aldus het college. Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college in zoverre in redelijkheid ontheffing ten behoeve van de in het bouwplan voorziene locatie kon verlenen.