ECLI:NL:RVS:2012:BW9511
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding eigenwoningbijdrage na onrechtmatig besluit
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de afwijzing van haar verzoek om schadevergoeding door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De minister had een aanvraag voor een eigenwoningbijdrage aanvankelijk afgewezen, later gedeeltelijk toegekend en vervolgens verlaagd. De appellant stelde dat zij schade had geleden doordat zij haar woning op een andere wijze moest financieren.
De rechtbank had geoordeeld dat de schade niet rechtstreeks het gevolg was van het besluit en dat de appellant de schade had kunnen voorkomen door af te zien van de koop. De appellant betoogde dat zij door het besluit gedwongen was tot een andere financiering en dat het onredelijk was haar te verplichten de koop te ontbinden.
De Raad van State oordeelde dat er wel een rechtstreeks verband bestaat tussen het besluit en de noodzaak tot andere financiering, maar dat de appellant geen schade had aangetoond omdat de netto maandlasten vergelijkbaar waren en het rentenadeel werd gecompenseerd door een lagere hypotheekschuld. Ook was onzeker of toekomstige schade zou optreden.
De Raad van State bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van €205,63. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; afwijzing schadevergoeding bevestigd en minister veroordeeld tot proceskostenvergoeding.