ECLI:NL:RVS:2012:BW9127
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens onvoldoende motivering en belanghebbende rechtmatigheidstoets
De vreemdeling was geconfronteerd met een terugkeerbesluit van 16 december 2010, dat bij besluit van 16 februari 2011 in bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk, omdat zij oordeelde dat het terugkeerbesluit niet relevant was voor de bewaringsmaatregel van 14 september 2010.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter vast dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de stukken geen aanwijzingen bevatten dat het terugkeerbesluit zijn werking had verloren, bijvoorbeeld door naleving van de terugkeerverplichting of rechtmatig verblijf. Hierdoor heeft de vreemdeling wel degelijk belang bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit.
Verder oordeelt de Afdeling dat het terugkeerbesluit onvoldoende gemotiveerd is, met name omdat het ontbreken van een vertrektermijn vanwege een vermeend risico op onderduiken niet is gebaseerd op objectieve wettelijke criteria, zoals vereist door de Terugkeerrichtlijn.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 16 februari 2011, en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit van 16 februari 2011 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de vreemdeling heeft belang bij beoordeling van de rechtmatigheid.