ECLI:NL:RVS:2012:BW9124
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- O. van Loon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening terughalen uitgezette vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen gekregen door de minister voor Immigratie en Asiel. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om teruggehaald te worden naar Nederland en in opvang te verblijven totdat het hoger beroep is beslist.
De vreemdeling stelde dat hij niet geïnformeerd was over zijn voorgenomen uitzetting, waardoor hem een effectief rechtsmiddel werd onthouden. De minister stelde dat de vreemdeling op 19 januari 2012 geïnformeerd was over zijn uitzetting op 20 januari 2012. De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen de uitzetting vanwege het risico op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling wegens zijn bekering tot het christendom.
De voorzieningenrechter had dit bezwaar afgewezen en geen grond gevonden voor strijdigheid met artikel 3 EVRM Pro. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling vóór uitzetting beschikte over een effectief rechtsmiddel conform artikel 13 EVRM Pro. Zelfs bij een verslechterde veiligheidssituatie in Afghanistan kon het verzoek om terugkeer niet worden toegewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om de vreemdeling terug te halen naar Nederland wordt afgewezen.