Uitspraak
200304861/1) doet de omstandigheid dat in de inrichting ook softdrugs worden verkocht er niet aan af dat het een horeca-inrichting is. De verkoop van drugs kan in planologisch opzicht niet worden gereguleerd, omdat deze activiteit ingevolge de Opiumwet verboden is, zodat daarmee bij de toetsing of de coffeeshop in het stadsvernieuwingsplan past geen rekening kan worden gehouden. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf niet in strijd is met het stadsvernieuwingsplan en dat de vergunning niet op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder a, van de horecaverordening diende te worden geweigerd. Het betoog faalt.