ECLI:NL:RVS:2012:BW8603
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bevoegdheid senior procesvertegenwoordiger en toetsing geloofwaardigheid asielrelaas
De zaak betreft een hoger beroep van de minister voor Immigratie en Asiel tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond verklaarde. De vreemdeling stelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was omdat de senior procesvertegenwoordiger die het hogerberoepschrift ondertekende niet bevoegd was, vanwege hiërarchische mandaatregels.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de door het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan de senior procesvertegenwoordiger verleende machtiging kan worden aangemerkt als rechtstreeks verleend door de minister, waardoor de senior procesvertegenwoordiger bevoegd was om het hoger beroep in te stellen. Vervolgens werd de inhoudelijke toetsing van het hoger beroep voortgezet.
De minister bekritiseerde het oordeel van de rechtbank dat het asielrelaas van de vreemdeling geloofwaardig was. De Afdeling stelde dat de rechtbank haar eigen oordeel over de geloofwaardigheid in de plaats had gesteld van dat van de minister en onvoldoende terughoudend had getoetst. Gezien de motivering van de minister bestond geen grond om het asielrelaas als geloofwaardig te beschouwen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.