Uitspraak
200702978/1en van 30 juni 2010 in zaak nr.
200907840/1/H2, waarin in vergelijkbare zaken in gelijke zin is overwogen. Het betoog faalt.
Raad van State
In deze zaak gaat het om het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle inzake de toekenning van nadeelcompensatie aan vissers vanwege verminderde vangstopbrengsten door werkzaamheden in het Ketelmeer en omliggende natuurgebieden.
De Raad van State oordeelt dat alleen appellant sub 1 en appellant sub 2 belanghebbenden zijn en verklaart het hoger beroep van andere appellanten niet-ontvankelijk. De minister baseerde zijn besluiten op adviezen van een onafhankelijke schadebeoordelingscommissie, waarvan de juistheid door de rechtbank en de Afdeling werd bevestigd.
Appellant sub 1 betwistte de hoogte van de compensatie en stelde dat de adviezen onvoldoende onderbouwd waren. De Afdeling oordeelt dat de adviezen zorgvuldig en uitvoerig gemotiveerd zijn, mede gebaseerd op deskundige visserijbioloog M. Grimm, en dat het betoog van appellant sub 1 faalt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van enkele appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.