ECLI:NL:RVS:2012:BW8198
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit
Appellante verzocht om het Nederlanderschap voor zichzelf en haar minderjarige kinderen, maar de minister wees dit verzoek af omdat de identiteit en nationaliteit niet konden worden vastgesteld. Appellante had geen gelegaliseerde geboorteakte en geen geldige paspoorten overgelegd.
Zij stelde dat zij in bewijsnood verkeerde omdat de Israëlische ambassade geen documenten kon verstrekken vanwege haar geboorteplaats onder Palestijnse autoriteit, en dat de Nederlandse overheid Palestina niet erkent. De rechtbank oordeelde echter dat appellante niet had aangetoond dat zij in bewijsnood verkeerde, mede omdat zij niet had aangetoond dat zij al het mogelijke had gedaan om de benodigde documenten te verkrijgen.
De Raad van State bevestigde deze beoordeling en oordeelde dat het ontbreken van een gelegaliseerde geboorteakte en paspoorten, en het niet voldoende aantonen van bewijsnood, rechtvaardigen dat het verzoek werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.