ECLI:NL:RVS:2012:BW8197
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlening Nederlanderschap wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
Appellant heeft bij besluit van 13 juli 2010 verzocht om het Nederlanderschap, maar dit verzoek is afgewezen door de minister van Justitie vanwege het ontbreken van bewijs omtrent haar identiteit en nationaliteit. Appellant beschikte niet over een geldig buitenlands reisdocument of een van apostille voorziene geboorteakte.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad behandelde de zaak op 17 april 2012 en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zij in bewijsnood verkeert, ondanks haar stelling dat zij als etnisch Armeense geen documenten kon verkrijgen van de Azerbeidzjaanse autoriteiten.
De Raad stelde vast dat de door appellant overgelegde verklaringen onvoldoende waren om vrijstelling van de bewijslevering te rechtvaardigen. Ook het ambtsbericht over discriminatie van etnische Armeniërs in Azerbeidzjan bood geen voldoende grond om aan te nemen dat appellant niet in staat was een paspoort te verkrijgen of dat zij niet naar Azerbeidzjan kon reizen.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot verlening van het Nederlanderschap wordt bevestigd.