ECLI:NL:RVS:2012:BW7489
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over rechtmatigheid controles achter binnengrenzen in vreemdelingenrecht
In deze zaak gaat het om de rechtmatigheid van controles op personen achter de binnengrenzen, uitgevoerd op grond van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 4.17a van het Vreemdelingenbesluit 2000. De vreemdeling werd tijdens een Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) controle staande gehouden binnen twintig kilometer van de Duitse grens. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van artikel 21 van Pro de Schengengrenscode. De vragen betreffen of artikel 21 zich Pro verzet tegen nationale bevoegdheden om controles achter de binnengrenzen uit te voeren, of dergelijke controles gebaseerd moeten zijn op concrete aanwijzingen van illegaal verblijf, en of de inperking van controlebevoegdheden zoals in artikel 4.17a voldoende waarborgen biedt tegen het effect van grenscontroles.
De Afdeling verwijst naar het arrest Melki en Abdeli van het Hof van Justitie en eerdere jurisprudentie van de Afdeling en Nederlandse rechtbanken, waarin de voorwaarden en beperkingen van dergelijke controles zijn besproken. Gezien de uiteenlopende interpretaties binnen de Nederlandse rechtspraak en het belang van de zaak, wordt de behandeling geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan.
De Afdeling verzoekt het Hof om spoedige behandeling van de prejudiciële vragen vanwege de vrijheidsbenemende maatregel en het belang van rechtszekerheid. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 juni 2012.
Uitkomst: Behandeling van het hoger beroep wordt geschorst en prejudiciële vragen worden gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.