ECLI:NL:RVS:2012:BW6805
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende toetsing lichter middel
De vreemdeling werd op 12 juli 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de minister niet voldoende had aangetoond dat een zwaardere maatregel nodig was en kende schadevergoeding toe.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank onvoldoende terughoudendheid had betracht bij de toetsing of een lichter middel dan bewaring mogelijk was. De minister had terecht gesteld dat de vreemdeling onvoldoende medewerking verleende aan terugkeer, onder meer door weigering om laissez passer-aanvragen in te vullen en niet terug te willen keren.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen grond voor schadevergoeding en het verzoek daartoe werd afgewezen. De minister had voldoende aannemelijk gemaakt dat geen minder dwingende maatregelen effectief waren.
De uitspraak werd gedaan op 23 mei 2012 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de voorzitter en leden het vonnis ondertekenden.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt gehandhaafd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.