Uitspraak
200900688/1/V6), mag het beleid, neergelegd in de Handleiding, dienen als uitgangspunt bij de beoordeling van de vraag, of sprake is van ernstige vermoedens dat de betrokkene gevaar oplevert voor de openbare orde. Nu niet in geschil is dat [appellant] bij onherroepelijk vonnis door de politierechter te Assen wegens het rijden onder invloed is veroordeeld tot een geldboete van € 800,00, subsidiair zestien dagen hechtenis, hij deze boete op 1 juli 2008 volledig heeft betaald en de rehabilitatietermijn eerst op 1 juli 2012 zal verstrijken, noopt toepassing van het beleid tot afwijzing van het verzoek om verlening van het Nederlanderschap. Voorts volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (uitspraak van 9 januari 2002 in zaak nr.
200102997/1) dat [appellant] zijn strafrechtelijke veroordeling in het kader van de naturalisatieprocedure niet ter discussie kan stellen en de minister van de juistheid van het desbetreffende vonnis dient uit te gaan. De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat de door [appellant] aangevoerde omstandigheden niet afdoen aan de door de strafrechter vastgestelde ernst van de inbreuk op de rechtsorde waarvoor de geldboete is opgelegd en niet kunnen worden aangemerkt als zodanig bijzonder dat de minister - in afwijking van het door hem gevoerde beleid - tot de conclusie had moeten komen dat geen sprake was van de in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN bedoelde situatie. Het betoog faalt.
200802115/1.