Uitspraak
200802629/1moet de vraag of een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM is overschreden, worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij zijn van betekenis de ingewikkeldheid van de zaak, de wijze waarop de zaak door het bestuursorgaan en de rechter is behandeld, het processuele gedrag van appellant gedurende de hele procesgang en de aard van de maatregel en het daardoor getroffen belang van appellant, zoals ook uit de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens naar voren komt (onder meer het arrest van 27 juni 2000 inzake Frydlender tegen Frankrijk, zaak nr. 30979/96, AB 2001, 86 en het arrest van 29 maart 2006 inzake Pizzati tegen Italië, nr. 62361/00, JB 2006, 134).
200702672/1is bij de vaststelling van de omvang van een bouwperceel de actuele situatie bepalend, waarbij in beginsel wordt uitgegaan van kadastrale percelen. Nu de planvoorschriften zich niet tegen deze uitleg van het begrip bouwperceel verzetten, dient er ook in de onderhavige situatie van te worden uitgegaan dat de woningen aan de [locatie A] en [locatie B], die tezamen een twee-onder-een-kap woning vormen en elk zijn gelegen op een afzonderlijk kadastraal perceel, elk hun eigen bouwperceel vormen. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat de beide woningen als twee afzonderlijke hoofdgebouwen, bedoeld in artikel 1.3 van de planvoorschriften, moeten worden aangemerkt.
200809235/1/H1, heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat een reeds bestaande aan- of uitbouw door een bouwplan deel kan gaan uitmaken van een hoofdgebouw, zodat van een aanbouw met een ondergeschikte massa geen sprake meer is en de voor de aanbouw geldende bebouwingsvoorschriften niet van toepassing zijn. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht niet van belang geacht hoe de bestaande bouw moet worden gekwalificeerd, maar heeft met juistheid overwogen dat de beoogde kapconstructie niet kan worden aangemerkt als een uitbreiding van een aanbouw als bedoeld in artikel 1.3 van de planvoorschriften. Daarbij is van belang dat, gelet op de bouwtekeningen, de kapconstructie één geheel zal vormen met de al aanwezige kapconstructie van het hoofdgebouw. Mede daardoor zal het overkapte gedeelte niet kunnen worden beschouwd als een herkenbare ondergeschikte aanvulling van het hoofdgebouw.
200805218/1dient de welstandscommissie zich te richten naar de ten tijde van het uitbrengen van het welstandsadvies geldende planologische bouwmogelijkheden, hetgeen betekent dat zij bij haar beoordeling zowel het op dat moment geldende bestemmingsplan als eventueel verleende vrijstellingen dient te respecteren.