ECLI:NL:RVS:2012:BW5943

Raad van State

Datum uitspraak
11 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201202658/2/R4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan A4 Schiedam

De raad van de gemeente Schiedam stelde op 2 februari 2012 het bestemmingsplan 'A4 Schiedam' vast, dat de planologische inpassing van het tracébesluit A4 Delft-Schiedam betreft voor gronden binnen Schiedam. Verzoeker maakte bezwaar tegen onderdelen van het plan die niet rechtstreeks uit het tracébesluit voortvloeien, met name de bestemming van de illegaal aangelegde Zoomweg en de mogelijke verschuiving van deze weg en de Brederoweg richting zijn woning.

De voorzitter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 3 mei 2012. De raad verklaarde dat nadere uitwerking van plannen pas kan plaatsvinden nadat Rijkswaterstaat haar plannen voor de verlengde A4 bekendmaakt, en dat er voor de zomer van 2013 geen gemeentelijke werkzaamheden zullen plaatsvinden. Hierdoor is niet te verwachten dat uitvoering van het bestreden plan zal plaatsvinden voordat de bodemprocedure is afgerond.

Gezien het ontbreken van een spoedeisend belang werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 mei 2012.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan A4 Schiedam wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

201202658/2/R4.
Datum uitspraak: 11 mei 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te Schiedam,
en
de raad van de gemeente Schiedam,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 2 februari 2012 heeft de raad van de gemeente Schiedam het bestemmingsplan "A4 Schiedam" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 maart 2012, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 maart 2012, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 mei 2012, waar [verzoeker] en de raad, vertegenwoordigd door drs. S.J.C. Hovens, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan ziet met name op de planologische inpassing van het op 2 september 2010 vastgestelde Tracébesluit A4 Delft-Schiedam, voor zover dat besluit betrekking heeft op gronden die zijn gelegen binnen de gemeente Schiedam.
2.3. [verzoeker] stelt uitsluitend bezwaar te hebben tegen die elementen uit het plan die niet rechtstreeks uit het tracébesluit voortvloeien. Naar zijn mening mag een bestemmingsplan dat strekt ter uitvoering van een tracébesluit geen andere ontwikkelingen mogelijk maken. In dit verband stelt hij dat bij het plan de illegaal aangelegde Zoomweg ten onrechte als zodanig wordt bestemd en stelt hij dat het plan de mogelijkheid opent om deze weg en de Brederoweg in de richting van zijn woning te verschuiven.
2.4. De raad heeft ter zitting verklaard dat eerst de precieze plannen van Rijkswaterstaat met betrekking tot de aanleg van de verlengde A4 bekend moeten zijn voordat de gemeente over kan gaan tot nadere uitwerking van haar eigen plannen met betrekking tot de omgeving daarvan. Vóór de zomer van 2013 zullen ter plaatse geen werkzaamheden van gemeentewege worden verricht, aldus de raad.
Gelet hierop valt niet te verwachten dat aan het plan, voor zover bestreden, uitvoering zal worden gegeven vóórdat de Afdeling uitspraak zal hebben gedaan in de bodemprocedure en moet worden geoordeeld dat een spoedeisend belang ontbreekt.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.
w.g. Hagen w.g. Matulewicz
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2012
45-662.