ECLI:NL:RVS:2012:BW5635
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verblijfsvergunning ongehuwde partner Unieburger wegens onvoldoende duurzame relatie
De vreemdeling, ongehuwde partner van een Unieburger, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie wees dit verzoek af wegens onvoldoende bewijs van een duurzame relatie volgens de Vreemdelingencirculaire 2000, die vereist dat partners gedurende zes maanden een gezamenlijke huishouding voeren.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. De vreemdeling stelde dat het beleid discriminatoir is, omdat in het reguliere vreemdelingenrecht geen gezamenlijke huishouding wordt verlangd voor het aannemen van een duurzame relatie.
De Raad van State overwoog dat het beleid conform de richtlijn 2004/38/EG is en dat het verlangen van een gezamenlijke huishouding van zes maanden niet in strijd is met het EU-recht. De Afdeling oordeelde dat het beleid geen discriminatoire werking heeft en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning bevestigd.