ECLI:NL:RVS:2012:BW5250

Raad van State

Datum uitspraak
9 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201110540/1/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.A.A. Mondt-Schouten
  • A.P. de Rooy
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.2 WroArt. 1:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken rechtstreeks belang bij bestemmingsplan co-vergistingsinstallatie

De raad van de gemeente Aalten stelde op 6 september 2011 het bestemmingsplan "Buitengebied Aalten, Hoeninkdijk 6-8/Kloosterdijk 13" vast, dat onder meer de realisatie van een co-vergistingsinstallatie mogelijk maakt. Appellant, eigenaar van een woning op circa 420 meter afstand van de installatie, stelde beroep in tegen dit besluit.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de afstand tussen de woning van appellant en de co-vergistingsinstallatie, mede gezien de tussenliggende bomen en bebouwing, te groot is om te spreken van een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang. Appellant had geen aanvullende feiten of omstandigheden aangevoerd die dit anders zouden doen beoordelen.

Daarom werd geconcludeerd dat appellant geen belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en dat het beroep niet-ontvankelijk is. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 9 mei 2012.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang.

Uitspraak

201110540/1/R2.
Datum uitspraak: 9 mei 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te Aalten,
en
de raad van de gemeente Aalten,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 6 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Aalten, Hoeninkdijk 6-8/Kloosterdijk 13" (hierna: het plan) vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 november 2011, beroep ingesteld. [appellant] heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 29 november 2011.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 maart 2012, waar [belanghebbende], vertegenwoordigd door ing. R.B.M. Aagten, als partij is gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) kan een belanghebbende bij de Afdeling beroep instellen tegen een besluit omtrent de vaststelling van een bestemmingsplan.
Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
2.2. [appellant] is eigenaar van de woning op het perceel [locatie]. Het door hem ingestelde beroep heeft betrekking op het plan voor zover dat de realisatie van een co-vergistingsinstallatie ten behoeve van het agrarisch bedrijf aan de Hoeninkdijk 6-8/Kloosterdijk 13 mogelijk maakt. Vast is komen te staan dat de afstand van de woning van [appellant] tot de in het plan voorziene co-vergistingsinstallatie ongeveer 420 meter bedraagt. Gezien deze afstand en de tussen de woning en de voorziene co-vergistingsinstallatie aanwezige rij bomen en bebouwing acht de Afdeling het aannemelijk dat het zicht vanuit de woning van [appellant] op de co-vergistingsinstallatie beperkt zal zijn. Mede gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen die op het door [appellant] bestreden plandeel mogelijk worden gemaakt is deze afstand naar het oordeel van de Afdeling te groot om een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang te kunnen aannemen. Voorts heeft [appellant] geen feiten of omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat ondanks deze afstand een objectief en persoonlijk belang rechtstreeks door het besluit wordt geraakt.
De conclusie is dat [appellant] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en dat hij daartegen ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wro, geen beroep kan instellen.
2.3. Het beroep van [appellant] is derhalve niet-ontvankelijk.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.P. de Rooy, ambtenaar van staat.
w.g. Mondt-Schouten w.g. De Rooy
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2012
59-694.