ECLI:NL:RVS:2012:BW4363
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inbewaringstelling asielzoeker wegens onvoldoende motivering minister
De vreemdeling werd op 24 februari 2012 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Bij zijn aanhouding gaf hij aan asiel te willen aanvragen, waardoor hij als asielzoeker werd aangemerkt. Volgens de Vreemdelingencirculaire 2000 dient bij het toepassen van bewaring bij asielzoekers een concrete belangenafweging te worden gemaakt.
De minister beriep zich op de gronden voor bewaring, maar motiveerde onvoldoende waarom het belang van bewaring zwaarder woog dan het belang van de vreemdeling bij vrijlating. De rechtbank had deze belangenafweging getoetst en de maatregel als rechtmatig beoordeeld, maar de Raad van State oordeelde dat de minister niet volstaan mocht met een enkele verwijzing naar algemene gronden.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven en aan de vreemdeling werd een vergoeding toegekend. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij inbewaringstelling van asielzoekers.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven wegens onvoldoende motivering en aan de vreemdeling werd een vergoeding toegekend.