ECLI:NL:RVS:2012:BW4356
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige staandehouding vreemdeling bij MTV-controle
De minister voor Immigratie en Asiel stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die de staandehouding van een vreemdeling tijdens een Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV)-controle onrechtmatig had verklaard. De rechtbank had geoordeeld dat de processen-verbaal onvoldoende inzicht boden in de naleving van de eisen van artikel 21 van Pro de Schengengrenscode.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat artikel 21 van Pro de Schengengrenscode geen cumulatieve vereisten bevat waaraan voldaan moet worden om politiële bevoegdheden in grensgebieden uit te oefenen zonder dat deze hetzelfde effect hebben als grenscontroles. Tevens werd vastgesteld dat het wettelijke kader in artikel 4.17a van het Vreemdelingenbesluit 2000 de controlebevoegdheid zodanig normeert dat het effect van een grenscontrole wordt uitgesloten.
Uit de processen-verbaal bleek voldoende dat de MTV-controle binnen de wettelijke grenzen plaatsvond, onder meer binnen twintig kilometer van de grens en met een beperkte duur en frequentie. De staandehouding was gebaseerd op deze controle en vond plaats op een locatie waar ervaring en analyse illegale immigratie en migratiecriminaliteit aantoonde.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.