ECLI:NL:RVS:2012:BW4097
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van Dublin-verordening
De vreemdeling diende een asielaanvraag in Nederland in, maar werd op grond van de Dublin-verordening door de minister afgewezen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van zijn asielverzoek. De vreemdeling stelde in beroep dat hij in Italië een bevel had ontvangen om het land te verlaten en een inreisverbod van tien jaar was opgelegd, en dat Italië zijn internationale verplichtingen niet zou nakomen.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van de minister ondeugdelijk was gemotiveerd en vernietigde het besluit. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze stelde vast dat het verzoek om overname door Italië niet was geweigerd en dat de minister mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Italië zijn verplichtingen nakomt.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit van de minister werd bekrachtigd. De vreemdeling had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Italië zijn internationale verplichtingen niet zou naleven, zodat geen reden bestond om het asielverzoek zelf te behandelen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de toepassing van de Dublin-verordening en het interstatelijk vertrouwensbeginsel in asielprocedures binnen de EU.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag wordt bekrachtigd.