Uitspraak
200410416/1) geoordeeld, dat bij een besluit, waarbij een aangevraagde vrijstelling en bouwvergunning wordt geweigerd, slechts het belang van de aanvrager van die vergunning rechtstreeks is betrokken. [appellant sub 1] en Madeliefje hadden geen tegengesteld belang, nu zij beide de verlening van de vrijstelling en vergunning op het oog hadden. De rechtbank heeft, voor zover thans van belang, dan ook terecht overwogen dat Madeliefje en [appellant sub 1] slechts een afgeleid belang hebben en dat dit oordeel niet wijzigt doordat een contractuele relatie bestaat tussen [appellant sub 3] en [appellant sub 1]. Dat, zoals [appellant sub 1] en Madeliefje betogen, [appellant sub 1] reeds een vergunning van het Hoogheemraadschap heeft gekregen voor het vervangen en hebben van beschoeiing langs de percelen [.] [….], [….] en [….], welke vergunning nodig was om de realisering van de terrassen bij de (in totaal vijf) woningen mogelijk te maken en hij zijn eigen bouwplan in verband met het hier aan de orde zijnde bouwplan heeft moeten aanpassen, maakt dit niet anders.