ECLI:NL:RVS:2012:BW1539
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing uitspraak rechtbank inzake rangschikking buitenlands landgoed onder Natuurschoonwet 1928
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen die het bezwaar van verzoekster tegen de afwijzing van haar verzoek om haar buitenlands gelegen onroerende zaak 'The Bean House' als landgoed aan te merken, gegrond verklaarde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De rechtbank oordeelde dat het Nederlandse artikel in de Natuurschoonwet 1928 dat rangschikking beperkt tot in Nederland gelegen landgoederen, in strijd is met het EU-verdrag en buiten toepassing moet blijven voor buitenlandse landgoederen. De staatssecretaris verzocht om schorsing van deze uitspraak omdat uitvoering van de opdracht onderzoek in het Verenigd Koninkrijk vereist, wat juridisch en praktisch problematisch is.
De voorzitter overwoog dat het uitvoeren van publiekrechtelijke bevoegdheden in het buitenland niet zonder meer is toegestaan en dat het verkrijgen van toestemming van Britse autoriteiten tijd en inspanning kost. Ook kunnen onomkeerbare gevolgen ontstaan als de uitspraak in hoger beroep wordt vernietigd.
Het belang van verzoekster bij spoedig uitsluitsel is vooral financieel en zij zal de schenking niet doen zolang de rangschikking niet onherroepelijk is. Gelet op deze belangenafweging prevaleert het belang van de staatssecretaris om voorlopig geen nieuw besluit te nemen. De voorzitter schorst daarom de uitspraak van de rechtbank en bevordert een spoedige behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank Zutphen wordt geschorst bij wijze van voorlopige voorziening totdat het hoger beroep is behandeld.