ECLI:NL:RVS:2012:BW1467
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens overschrijding redelijke termijn
De vreemdeling diende een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in, die door de minister op 14 januari 2009 werd afgewezen. Na meerdere procedures, waaronder intrekking van het besluit en herhaalde afwijzingen, werd het beroep uiteindelijk door de rechtbank ongegrond verklaard op 29 april 2011. De vreemdeling stelde dat de redelijke termijn voor de behandeling van zijn zaak was overschreden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de redelijke termijn in deze zaak maximaal twee jaar bedraagt voor de behandeling van het beroep bij de rechtbank. Gezien de procedure duurde deze ruim twee jaar en drie maanden, waarbij de overschrijding volledig aan de minister kon worden toegerekend. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de redelijke termijn niet was geschonden.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 21 december 2010 en de uitspraak van de rechtbank. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven in stand, omdat de uitkomst van de zaak naar verwachting niet anders zou zijn. De minister werd veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €500 en proceskosten van €1311 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en de minister wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding.