ECLI:NL:RVS:2012:BW1435
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling legaal en ononderbroken verblijf voor EU-langdurig ingezetene status ondanks formeel beperkt verblijfsrecht
De vreemdeling had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met beperkingen en vroeg op 23 november 2009 een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd aan met de aantekening 'EG-langdurig ingezetene'. De minister wees de aanvraag af omdat de vreemdeling in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag een periode van formeel beperkt verblijfsrecht had gehad van 31 augustus 2006 tot 28 september 2006.
De rechtbank had geoordeeld dat deze periode niet meetelde voor de berekening van het vereiste vijf jaar legaal en ononderbroken verblijf, maar oordeelde dat dit een onderbreking vormde. De vreemdeling stelde dat dit onjuist was en dat hij alsnog voldeed aan het vereiste van vijf jaar verblijf.
De Raad van State oordeelde dat de periode van formeel beperkt verblijfsrecht niet als onderbreking van het legale verblijf geldt, maar slechts niet wordt meegeteld. Hierdoor moet de vreemdeling eenzelfde periode langer legaal verblijven om aan het vereiste te voldoen. De nationale wetgeving (artikel 21 Vw Pro 2000) was ongunstiger dan de richtlijn en mocht niet in strijd met de richtlijn worden toegepast. De Raad van State vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen, waarbij de periode correct wordt meegeteld.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit van de minister en draagt op tot een nieuw besluit waarbij de periode van formeel beperkt verblijfsrecht niet als onderbreking wordt beschouwd.