ECLI:NL:RVS:2012:BW1424
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering risico vervolging op grond van seksuele geaardheid
De vreemdeling vroeg een verblijfsvergunning asiel aan, welke door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het standpunt van de minister over de geloofwaardigheid van de door de vreemdeling gestelde feiten volgde en het risico op vervolging vanwege seksuele geaardheid niet toetste.
In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat de rechtbank ten onrechte het risico op vervolging niet had beoordeeld. De minister had onvoldoende gemotiveerd waarom de vreemdeling geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro zou lopen bij terugkeer naar Oezbekistan. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 15 september 2009.
De Afdeling oordeelde dat hoewel de positie van lesbiennes in Oezbekistan moeilijk is, de overgelegde informatie onvoldoende grond biedt om te concluderen dat de vreemdeling een risico op vervolging loopt. Ook was niet gebleken van ernstige en systematische discriminatie. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent het risico op vervolging vanwege seksuele geaardheid.