ECLI:NL:RVS:2012:BW0014
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel alleenstaande zwangere Afghaanse vrouw wegens motiveringsgebrek
Een alleenstaande zwangere vrouw uit Afghanistan verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar haar aanvraag werd door de minister afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd aangenomen dat de vrouw niet aannemelijk had gemaakt dat zij alleenstaand was en dat haar stellingen over haar kwetsbare positie vanwege zwangerschap onvoldoende waren geconcretiseerd.
De vrouw ging in hoger beroep bij de Raad van State, stellende dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan de precieze kwetsbare positie van alleenstaande vrouwen in Afghanistan, vooral gezien haar zwangerschap en het risico op eerwraak binnen haar Tadzjiekse gemeenschap. Het ambtsbericht bevestigde dat vrouwen in Afghanistan, en met name in traditionele gemeenschappen, een reëel risico lopen op huiselijk geweld, opsluiting en eerwraak, zeker als zij zich niet conservatief gedragen.
De Raad van State oordeelde dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar de omstandigheden rondom de zwangerschap en de mogelijke risico’s bij terugkeer. De minister had de verklaringen van de vrouw over de vader van het kind kunnen verifiëren en had gemotiveerd moeten ingaan op de vraag of haar familie de geboorte van het kind als niet-conservatief zou beschouwen. Hierdoor was sprake van een motiveringsgebrek en moest het besluit worden vernietigd.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor een nieuw besluit.