Uitspraak
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200807994/1/V6), leidt de omstandigheid dat voor de vreemdelingen geen tewerkstellingsvergunningen zijn aangevraagd, reeds tot het oordeel dat [appellante] in strijd met de doelstellingen van de Wav heeft gehandeld, omdat hierdoor de daartoe bevoegde instantie - het UWV WERKbedrijf - niet heeft kunnen beoordelen of voor de tewerkstelling van de vreemdelingen prioriteitgenietend arbeidsaanbod aanwezig was en of de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden zich tegen de beoogde tewerkstelling verzetten. Niet kan derhalve staande worden gehouden dat aan de doelstellingen van de Wav wordt voorbijgegaan.
200701639/1) is het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of aan de voorschriften van de Wav wordt voldaan. Reeds omdat [appellante] de achterkant van de identiteitsdocumenten van de vreemdelingen, waarop de aantekening stond dat een tewerkstellingsvergunning was vereist, niet heeft gecontroleerd, bestaat geen grond voor het oordeel dat de overtreding haar niet kan worden verweten. In de omstandigheid dat [appellante] de vreemdelingen op dezelfde wijze heeft behandeld als haar overige werknemers, sociale verzekeringspremies heeft betaald en belastingen heeft afgedragen, is evenmin grond gelegen voor matiging. Dat de overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wav [appellante] geen financieel voordeel oplevert, doet geen afbreuk aan de ernst en verwijtbaarheid van die overtreding. De uitspraak van de rechtbank Utrecht van 31 oktober 2008 (LJN: BG9419), waarnaar [appellante] ter zitting heeft verwezen, leidt niet tot een andere conclusie, reeds omdat de Afdeling deze uitspraak in hoger beroep heeft vernietigd.
200802872/1), geen reden bestaat tot matiging van de opgelegde boete over te gaan indien de beboete werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de opgelegde boete onevenredig wordt getroffen. Hierin is [appellante] niet geslaagd. Het betoog dat de opgelegde boete een derde van haar maandelijkse inkomen behelst, heeft [appellante] niet gestaafd en kan reeds daarom niet slagen. Uit de door [appellante] in beroep overgelegde stukken blijkt voorts dat de onderneming in 2009 niet verliesgevend was. Voorts heeft [appellante] geen financiële stukken overgelegd die zien op haar financiële situatie in 2010, het jaar waarin de boete aan haar is opgelegd.