ECLI:NL:RVS:2012:BV9256
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.A.A. Mondt Schouten
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorafgaande eisen COA aan contra-expertise taalanalyse in asielprocedure
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een geschil tussen een vreemdeling en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) over de vergoeding van kosten voor een contra-expertise taalanalyse. Het COA had het verzoek van de vreemdeling om deze kosten te vergoeden afgewezen, waarna de rechtbank het besluit vernietigde en het COA opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Het COA stelde in hoger beroep dat het zich vooraf moet kunnen vergewissen van de deskundigheid en onafhankelijkheid van de opsteller van de contra-expertise, om financiële risico's te vermijden. De Raad van State bevestigde dat het COA op grond van artikel 17 van Pro de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005) vooraf inzicht mag verlangen in wie de contra-expertise verricht en op welke wijze.
De Raad oordeelde dat de eis van het COA niet onredelijk of onvoldoende gemotiveerd is, mits de identiteit en deskundigheid van de opsteller controleerbaar zijn en dat deze informatie desgevraagd aan het COA of de rechter kan worden verstrekt, eventueel onder geheimhouding. De rechtbank had dit niet onderkend, maar de klacht leidt niet tot vernietiging van de uitspraak. Het hoger beroep van het COA werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast werd het COA veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €437,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand verleend door een derde partij.
Uitkomst: Het hoger beroep van het COA wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.