Uitspraak
200202185/1heeft de wederzijdse erkenningsprocedure tot doel het vrije verkeer van farmaceutische producten in de interne markt te bevorderen, en is die procedure erop gericht een einde te maken aan nodeloze doublures bij het onderzoek van aanvragen voor een handelsvergunning. Dit uitgangspunt is neergelegd in de considerans van Richtlijn 93/39/EEG van de Raad van 14 juni 1993, welke Richtlijn thans is opgenomen in Richtlijn 2001/83. Uit de tekst van artikel 28, tweede lid, van Richtlijn 2001/83 volgt dat, zoals de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld, in een geval waar een lidstaat voor een geneesmiddel reeds een handelsvergunning heeft verleend, het College in beginsel op een aanvraag voor een handelsvergunning voor hetzelfde geneesmiddel de wederzijdse erkenningsprocedure dient toe te passen.