ECLI:NL:RVS:2012:BV8079
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N.S.J. Koeman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na onrechtmatige inbewaringstelling vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige inbewaringstelling door de minister van Justitie. De vreemdeling was in 2006 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hoewel later zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel werd vernietigd, oordeelde de rechtbank dat de inbewaringstelling formele rechtskracht bezit en niet onrechtmatig was.
De vreemdeling stelde dat de uitspraak van de Afdeling van mei 2007 aantoont dat zijn inbewaringstelling onrechtmatig was, en dat daarom een uitzondering op het beginsel van formele rechtskracht gemaakt moet worden. De minister verwees naar artikel 106 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, dat een exclusieve regeling voor schadevergoeding na opheffing van vrijheidsontnemende maatregelen bevat, en wees het verzoek af.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de exclusieve regeling in artikel 106 Vw Pro 2000 geen ruimte laat voor schadevergoeding via een zuiver schadebesluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.