ECLI:NL:RVS:2012:BV7791
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling hoofdverblijf vreemdeling en gevolgen voor verblijfsvergunning
De vreemdeling verbleef van 17 juli 2008 tot 17 november 2009 langer dan negen maanden buiten Nederland, namelijk bij zijn vader in Marokko, die inmiddels is overleden. De rechtbank had het besluit van de minister vernietigd wegens een gebrek aan zorgvuldige voorbereiding en motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand. De minister stelde dat de vreemdeling gedurende het grootste deel van deze periode meerderjarig was en geen aannemelijk bewijs had geleverd dat de overschrijding van de termijn van negen maanden buiten zijn schuld lag.
De Raad van State overweegt dat de rechtbank onvoldoende gewicht heeft toegekend aan het meerderjarig zijn van de vreemdeling en het ontbreken van gedragingen die wijzen op een terugkeerwens naar Nederland. De minister heeft een redelijke belangenafweging gemaakt, waarbij ook het belang van het algemene immigratiebeleid en het recht op familie- en gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro zijn betrokken.
De Raad van State oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de overschrijding van de termijn van negen maanden niet het gevolg was van buiten de schuld van de vreemdeling gelegen omstandigheden. De belangenafweging is zorgvuldig verricht en de inmenging in het familie- en gezinsleven is gerechtvaardigd. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd voor zover het de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet, en de minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en bevestigt dat de minister het besluit tot afwijzing van verlenging van de verblijfsvergunning terecht in stand laat.