ECLI:NL:RVS:2012:BV7500
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- F.C.M.A. Michiels
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Ontheffing voor het rapen van kievitseieren in Friesland bevestigd ondanks bezwaren Faunabescherming
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 1 maart 2012 het hoger beroep van de Faunabescherming tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Fryslân ongegrond verklaard. Het college had een ontheffing verleend voor het rapen van maximaal 5.939 kievitseieren in de periode van 1 tot en met 31 maart 2012. De Faunabescherming voerde aan dat de kievitenpopulatie in Friesland ongunstig was en dat de ontheffing niet voldeed aan de Europese Vogelrichtlijn.
De Raad van State oordeelde dat de staat van instandhouding van de kievit in Friesland niet zodanig ongunstig is dat het college geen ontheffing kon verlenen. Dit oordeel baseerde de Afdeling op wetenschappelijke gegevens, waaronder het gebruik van een rekenmodel dat het rapen van eieren binnen de grens van kleine hoeveelheden houdt. Het registratiesysteem, waarbij eierzoekers per sms moeten melden en toestemming krijgen, biedt voldoende waarborgen dat het maximum niet wordt overschreden.
Hoewel de Faunabescherming stelde dat het 1%-criterium niet passend is en dat het natuurlijke verspreidingsgebied afneemt, vond de Raad van State dat deze bezwaren onvoldoende concreet waren onderbouwd. De Afdeling benadrukte dat de ontheffing voor vijf jaar is verleend met de verplichting om de kievitenstand te monitoren en zo nodig beperkingen aan te brengen. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige afweging tussen natuurbehoud en gecontroleerd gebruik onder strikte voorwaarden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de ontheffing voor het rapen van maximaal 5.939 kievitseieren in Friesland in maart 2012 en verklaart het hoger beroep van de Faunabescherming ongegrond.