Uitspraak
200805851/1/H1 en 200805867/1/H1) staat de bevoegdheid om krachtens artikel 19 van Pro de WRO vrijstelling te verlenen los van de bevoegdheid geregeld in artikel 11 van Pro die wet. De tekst, noch de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 19 van Pro de WRO, biedt aanknopingspunten voor het oordeel dat van de daarin geregelde bevoegdheden geen gebruik mag worden gemaakt indien voor de gronden waarop een project is voorzien een wijzigingsbevoegdheid geldt als bedoeld in artikel 11 van Pro die wet. Het bestemmingsplan staat dan ook niet in de weg aan toepassing van artikel 19, tweede lid, van de WRO.