ECLI:NL:RVS:2012:BV6276
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over asielaanvraag en beoordeling overdracht aan Italië
De vreemdeling diende op 23 mei 2009 een asielverzoek in Nederland in, nadat hij eerder in Italië een asielaanvraag had ingediend. De minister wees de aanvraag op 13 april 2010 af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat de termijn van circa vier maanden tussen de intentie tot asielaanvraag en de formele indiening te lang was. Artikel 4, tweede lid, van de Dublinverordening bevat geen maximale termijn, maar een inspanningsverplichting. Tevens werd geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de overdracht aan Italië niet in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro, mede gelet op het arrest M.S.S. van het EHRM.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en het besluit van de minister, verklaarde het hoger beroep van de vreemdeling gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van de omstandigheden in het land van overdracht en de juiste toepassing van de Dublinverordening bij asielprocedures.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.