ECLI:NL:RVS:2012:BV3718
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onvoldoende medische onderbouwing voor marteling in asielprocedure
De vreemdeling had een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister en de vreemdeling gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het door de vreemdeling overgelegde medisch rapport, opgesteld door een psycholoog en psychiater, niet bedoeld was om een deskundigenoordeel te geven over de relatie tussen lichamelijke klachten en marteling. Het rapport bevatte slechts een weergave van de verklaringen van de vreemdeling zelf, zonder medisch bewijs dat de klachten daadwerkelijk door marteling waren veroorzaakt.
De rechtbank had onvoldoende onderkend dat het rapport geen sterke aanwijzingen bood voor marteling. De Raad van State stelde dat de minister terecht het asielrelaas ongeloofwaardig kon achten en dat de uitzetting naar Iran geen strijd opleverde met artikel 3 EVRM Pro. Het hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van de minister gegrond, en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd wegens onvoldoende medisch bewijs voor marteling.