ECLI:NL:RVS:2012:BV3189
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning voor uitbreiding hoofdgebouw ondanks bezwaren appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen verleende op 13 oktober 2009 een reguliere bouwvergunning voor het vernieuwen en uitbreiden van een woning aan een locatie te Groningen. Appellante maakte bezwaar tegen deze vergunning en voerde aan dat het bouwplan een aanbouw of bijgebouw betrof, waardoor de hoogte van de uitbouw in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het bouwplan een vergroting van het hoofdgebouw betreft, omdat de uitbouw architectonisch niet te onderscheiden is van het hoofdgebouw en de gedaante daarvan wijzigt. De rechtbank had dit oordeel met juistheid vastgesteld. Daarnaast stelde appellante dat het college ten onrechte geen nadere eisen had gesteld om haar belangen te beschermen tegen een onsamenhangend straatbeeld en verminderde lichttoetreding, uitzicht en privacy. De Raad van State bevestigde dat het college een discretionaire bevoegdheid heeft om nadere eisen te stellen en dat het college in redelijkheid heeft besloten hiervan geen gebruik te maken, mede gelet op een positief welstandsadvies en minimale inbreuk op privacy en lichtinval.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning voor de uitbreiding van het hoofdgebouw bevestigd.