ECLI:NL:RVS:2012:BV2881
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling peildatum verblijfsvergunning gezinshereniging volgens WBV 2007/11
In deze zaak is het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank over de uitleg van paragraaf 5.7 van WBV 2007/11 behandeld. De kern van het geschil betreft de vraag of kinderen die na 13 december 2006 zijn geboren, maar waarvan de ouders onder de regeling vallen, in aanmerking komen voor vrijstelling van het paspoortvereiste bij een verblijfsvergunning.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister de beleidsregel niet redelijk uitlegde en dat kinderen geboren na de peildatum toch vrijstelling konden krijgen. De minister stelde dat de peildatum een harde grens is en dat het beleid restrictief moet worden uitgelegd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toetste zonder terughoudendheid de uitleg van de beleidsregel en oordeelde dat de minister terecht vasthoudt aan de peildatum 13 december 2006.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. Tevens werd vastgesteld dat de kosten van het hoger beroep op € 437 worden gesteld en dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan. De uitspraak bevestigt dat het Burgerlijk Wetboek artikel 1:2 niet Pro aan de toepassing van de peildatum in de Vreemdelingenwet 2000 in de weg staat.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de zaak is terugverwezen naar de rechtbank met inachtneming van de peildatum 13 december 2006 voor vrijstelling paspoortvereiste.