ECLI:NL:RVS:2012:BV2398
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking drank- en horecavergunning en exploitatievergunning
Bij gezamenlijk besluit van 4 april 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen de drank- en horecavergunning van verzoekster sub 1 ingetrokken en heeft de burgemeester de exploitatievergunning ingetrokken. Verzoekster sub 1 en verzoeker sub 2 stelden hiertegen bezwaar en beroep in. De rechtbank verklaarde het bezwaar van verzoeker sub 2 ontvankelijk en vernietigde het besluit voor zover het zijn bezwaar betrof, maar verklaarde de beroepen verder ongegrond.
Verzoekster sub 1 en verzoeker sub 2 vroegen vervolgens bij de Raad van State om een voorlopige voorziening om het besluit van 12 juli 2011, dat de intrekking handhaafde, te schorsen in afwachting van het hoger beroep. Zij voerden onder meer aan dat het college en de burgemeester in strijd met het verbod van vooringenomenheid hadden gehandeld en dat onvoldoende feiten waren om slecht levensgedrag aan verzoeker sub 2 toe te schrijven.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de stukken onvoldoende aanwijzingen bevatten dat het besluit in de bodemprocedure niet in stand kan blijven. Er was aannemelijk dat verzoeker sub 2 in enig opzicht van slecht levensgedrag is, en er waren geen andere gebreken in de besluitvorming vastgesteld. De belangen van het college en de burgemeester om de openbare orde, veiligheid en zedelijkheid te beschermen wogen zwaarder dan de financiële belangen van verzoeker sub 2 en zijn medewerkers.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de drank- en horecavergunning en exploitatievergunning is afgewezen.