ECLI:NL:RVS:2012:BV1806

Raad van State

Datum uitspraak
17 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201112351/2/R1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 100a WghArt. 110f WghArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vaststelling hogere waarden Wet geluidhinder voor reconstructie wegen in Rijssen-Holten

Het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten heeft bij besluit van 18 oktober 2011 hogere waarden vastgesteld voor meerdere woningen in verband met de reconstructie van de Stationsstraat, Dorpsstraat en Kerkhofstraat. Dit besluit werd aangevochten door bewoners die bezwaar maakten tegen de motivering en de gevolgen van het besluit.

De bewoners stelden dat het niet duidelijk was waarom het verkeer van het Zilverzandtracé en het toekomstige Wansinktracé over de Stationsstraat en Dorpsstraat zou worden geleid, terwijl eerder sprake was van de Verlengde Waagweg. Ook vreesden zij dat toename van het railverkeer zou leiden tot overschrijding van de geluidsnormen. Het college verwees naar een akoestisch onderzoek van DHV B.V. uit september 2011 waaruit bleek dat de voorkeursgrenswaarde voor spoorweglawaai niet wordt overschreden en dat geen sprake is van cumulatie.

De voorzitter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig karakter heeft en dat het college zich terecht op het akoestisch onderzoek heeft gebaseerd. Ook de argumenten over de Verlengde Waagweg en het gemeentelijk geluidsbeleid boden geen aanleiding tot het oordeel dat het besluit onrechtmatig was. De voorzitter zag geen reden om aan te nemen dat het besluit in de bodemprocedure geen stand zou houden en wees het verzoek af. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot vaststelling van hogere waarden wordt afgewezen.

Uitspraak

201112351/2/R1.
Datum uitspraak: 17 januari 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[vezoeker] en anderen, allen wonend te Holten, gemeente Rijssen-Holten,
verzoekers,
en
het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 18 oktober 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders hogere waarden als bedoeld in artikel 100a, eerste lid, van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) vastgesteld voor een aantal woningen ten behoeve van een reconstructie van de Stationsstraat, de Dorpsstraat en de Kerkhofstraat.
Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 november 2011, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hebben [verzoeker] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het college van burgemeester en wethouders heeft een verweerschrift ingediend.
[verzoeker] en anderen en het college van burgemeester en wethouders hebben nadere stukken ingediend.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 januari 2012, waar [verzoeker] en anderen, in de personen van [verzoeker] en [persoon], bijgestaan door mr. E. Koornwinder, advocaat te 's-Gravenhage, en het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. C. van Bart, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Buiten bezwaar van [verzoeker] en anderen heeft het college van burgemeester en wethouders ter zitting nadere stukken overgelegd.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het bestreden besluit voorziet onder meer in hogere waarden voor de woningen van [verzoeker] en anderen. De reconstructie van de desbetreffende wegen is voorzien omdat wegens de openstelling van het Zilverzandtracé en het toekomstige Wansinktracé meer verkeer over de Stationsstraat zal rijden, waardoor de bestaande kruising zal moeten worden gewijzigd in een rotonde om de doorstroming van het verkeer beter te laten verlopen. Verder zal de Stationsstraat worden geasfalteerd.
2.3. [verzoeker] en anderen betogen dat niet gemotiveerd is waarom het verkeer van het Zilverzandtracé en het nog te realiseren Wansinktracé over de Stationsstraat en de Dorpsstraat zal worden geleid, terwijl tot voor kort sprake was van het realiseren van de Verlengde Waagweg waarover dat verkeer zal worden geleid. Voorts voeren zij aan dat het railverkeer in de toekomst zal toenemen, waardoor niet zeker is dat aan de hogere waarden in het bestreden besluit kan worden voldaan, en dat het bestreden besluit in strijd met het gemeentelijk geluidsbeleid is.
2.4. Met betrekking tot het railverkeer staat in het aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde akoestisch onderzoek van DHV B.V. van september 2011 dat de woningen van [verzoeker] en anderen ook staan binnen de zone van de spoorweg Deventer-Rijssen waardoor dient te worden bezien of sprake is van cumulatie als bedoeld in ingevolge artikel 110f van de Wgh. In het akoestisch onderzoek van DHV B.V. staat dat de voorkeursgrenswaarde van 55 dB voor spoorweglawaai niet wordt overschreden zodat geen sprake is van cumulatie als bedoeld in artikel 110f van de Wgh. Het railverkeer is berekend overeenkomstig het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006, waarbij volgens het akoestisch onderzoek van DHV B.V. gebruik is gemaakt van het akoestisch spoorboekje ASWIN, versie 2010. In het betoog van [verzoeker] en anderen dat zij vrezen dat in de toekomst meer treinen zullen rijden over het desbetreffende spoor, ziet de voorzitter op voorhand geen aanleiding voor het oordeel dat het college van burgemeester en wethouders zich daarom niet op het akoestisch onderzoek van DHV B.V. heeft kunnen baseren.
Voorts heeft het college van burgemeester en wethouders ter zitting uiteengezet dat niet is uitgesloten dat in de toekomst de Verlengde Waagweg gerealiseerd zal worden maar dat dat niet betekent dat daardoor het verkeer op de Stationsstraat noemenswaardig zal verminderen, omdat de Verlengde Waagweg, in tegenstelling tot de Stationsstraat, zal dienen voor doorgaand verkeer. Voorts is niet in geschil dat de gemeentelijke ambities wat betreft geluidsniveaus zoals opgenomen in het Gebiedgericht geluidsbeleid gemeente Rijssen-Holten van september 2008 alleen van toepassing zijn op nieuwe situaties. Nu de Stationsstraat reeds is betrokken in het Verkeersstructuurplan Holten 2005, ziet de voorzitter vooralsnog geen aanleiding voor het oordeel dat het college van burgemeester en wethouders zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de reconstructie van deze weg geen nieuwe situatie betreft.
2.5. In hetgeen [verzoeker] en anderen hebben aangevoerd, ziet de voorzitter geen aanknopingspunten voor de verwachting dat het bestreden besluit in de bodemprocedure geen stand zal kunnen houden. Derhalve bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. Z. Huszar, ambtenaar van staat.
w.g. Hagen w.g. Huszar
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2012
533.