Uitspraak
201100024/1/H1), brengt een redelijke toepassing van artikel 9 van Pro de Woningwet, gelet op de aard van de in artikel 19 van Pro de WRO geregelde vrijstellingsprocedure, met zich dat het bepaalde in de bouwverordening ook moet wijken voor hetgeen via een vrijstelling mogelijk wordt gemaakt. Bij het verlenen van vrijstelling op grond van - in dit geval - artikel 19, tweede lid, van de WRO en de daarbij te verrichten afweging van belangen, mag echter het belang dat de desbetreffende bepaling uit de bouwverordening beoogt te beschermen niet uit het oog worden verloren.