ECLI:NL:RVS:2011:BV3583
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling zorgvuldigheid bij besluitvorming over asielaanvraag niet-begeleide minderjarige vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van een asielaanvraag van een minderjarige vreemdeling vernietigde. De minister stelde dat artikel 17, vierde lid, van de richtlijn 2005/85/EG betreffende de procedurele waarborgen voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen volledig is geïmplementeerd in het nationale recht via artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat artikel 17, vierde lid, van de richtlijn niet volledig was geïmplementeerd. De minister heeft volgens de Raad voldaan aan de zorgplicht om bij het horen van minderjarige vreemdelingen voldoende kennis te vergaren en rekening te houden met hun bijzondere behoeften. De richtlijn zelf geeft geen nadere invulling van deze zorgplicht, waardoor artikel 3:2 Awb Pro deze waarborg adequaat bevat.
De Raad stelde dat een besluit niet zorgvuldig is voorbereid indien de minister zich bij het horen en waarderen van de informatie van de minderjarige vreemdeling geen rekenschap geeft van diens minderjarigheid. De rechtbank had onvoldoende gemotiveerd dat de minister dit niet had gedaan. Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van de overwegingen.
Daarnaast werd vastgesteld dat de minister de proceskosten in hoger beroep vaststelt en de rechtbank beslist over vergoeding van de kosten van de vreemdeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.